Oort van Verschikking

Crackstate

De gevangenis achter Crackstate 1944 - 1945.

Samenstelling en redactie: drs. A. T. Geerdink Uitgegeven ter gelegenheid van de onthulling van het gedenkteken ter herinnering aan de slachtoffers van de voormalige gevangenis achter Crackstate. 15 april 1995.  


De wûnen binne hiele, de groeden bliuwe

We dachten dat het zo'n vaart niet zou lopen, toen over onze grens het fascisme aan de macht kwam. En toen elders in Europa de laarzen opmarcheerden, dachten we dat die ons land wel voorbij zouden gaan. Zolang kan dat niet duren meenden we, toen ons land werd bezet. En na de oorlog dachten we dat we waren bevrijd van de terreur. Maar het verleden liet ons niet los. Het onrecht en de intolerantie lijn schrijnend van deze tijd. Wij hadden zoveel hoop dat men eens zou leren van al dat geweld. Zij die in de Tweede Wereldoorlog de misdaad onderkenden; ertegen in verzet kwamen, betaalden vaak de hoogste prijs: hun leven. In Heerenveen speelde daarbij de voormalige gevangenis achter Crackstate een gruwelijke rol. Honderden mensen werden daar door de Duitsers opgebracht en ingesloten. Het was een van de meest gevreesde gevangenissen van ons land. Meer dan 60 goede vaderlanders zouden hun gevangenneming niet overleven. Zij stierven als gevolg van martelingen, werden gefusilleerd of kwamen aan hun eind door ontbering in Duitse concentratiekampen. Hen willen wij blijvend herdenken. drs. P.M.M. de Jonge, burgemeester van Heerenveen.  

Inleiding

In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog oefende de Duitse Sicherheitsdienst een ware terreur uit in Noord-Nederland. Het Burmaniahuis in Leeuwarden en het Scholtenshuis in Groningen zijn namen die voor altijd verbonden zijn met deze terreur. Ook de gevangenis van Heerenveen die ooit achter Crackstate stond, hoort in deze lugubere rij thuis. Van oktober 1944 tot april 1945 was het Huis van Bewaring de uitvalsbasis van het SD Kommando Kronberger. Honderden mannen en vrouwen uit Friesland, Drenthe en de Kop van Overijssel werden er door toedoen van dit niets ontziende commando opgesloten, verhoord en niet zelden gemarteld. Tientallen overleefden hun verblijf in Crackstate niet.  In dit boekje komen vier ooggetuigen aan het woord die aan den lijve hebben ondervonden wat het betekende om "achter Crackstate te zitten". Hun verhalen geven een indringend beeld van het leven in deze "hel van het Noorden" en van de heldhaftige bevrijding van de gevangenen op 14 april 1945. De ooggetuigenverslagen worden voorafgegaan door een korte historische inleiding. Ad Geerdink, oud directeur Museum Willem van Haren


J.  Hachmer. "Cel in Crackstate", olieverf op board.1946
J. Hachmer. "Cel in Crackstate", olieverf op board.1946

Colofoon

Schilderij: J.  Hachmer. "Cel in Crackstate", olieverf op board.1946

Uitgave van boekje "Oord van verschrikking" is mogelijk gemaakt door: Rotary Club Oranjewoud-Heerenveen

Uitgave boekje: gemeente Heerenveen

Productie: bureau Voorlichting en PR

Redactie: Museum Willem van Haren  

Druk: Gerben Brouwer, drukkers/ontwerpers

Toestemming Publicatie: 21-10-2014

Teksten en afbeeldingen boekje "OORD VAN VERSCHIKKING"

Jessica Derks-Dekker Communicatiemedewerker

Gemeente Heerenveen

Heerenveen Museum, Linda Trip (Directie)

Hijlkje Bakker (Marketing en PR)

Website: Heerenveen Museum & Werkgroep Oud-Heerenveen


Crackstate Gevangenis

Hoeveel gevangenen er door toedoen van het Kommando Kronberger in de Crackstate gevangenis terecht zijn gekomen is niet meer te achterhalen. Volgens Wijbenga werden er op het hoogtepunt van de arrestaties in februari/maart 1944 tussen de twee-en driehonderd mannen en vrouwen vastgehouden. (9. Wijbenga. P. Bezettingstijd  Friesland, deel III, blz. 215) 

 

De gevangenen

Dit waren niet alleen mensen uit het verzet, maar ook opgepakte onderduikers, veelal joden, spoorwegstakers en jongens die de Arbeitseinsatz hadden proberen te ontlopen. De omstandigheden in de gevangenis waren bedroevend slecht. De gevangenen verbleven met te veel in te kleine cellen. Soms bood een vijf persoonscel plaats aan 33 gedetineerden. Geslapen werd er op de betonnen vloer, of op wat stro. De gelukkigen deelden een houten brits. De hygiëne liet veel te wensen over. De gevangenen konden zich niet fatsoenlijk wassen en werden slechts bij hoge uitzondering gelucht. De luizen, die knisperden tussen het stro, vormden een ware plaag. Het eten kregen de gevangenen van de gaarkeuken in Heerenveen. Dit karige rantsoen werd aangevuld door familie die eens per week pakketjes voor de gevangenen mocht brengen. Via deze pakketjes werd veelvuldig informatie over de buitenwereld binnengesmokkeld.  In de gevangenis heerste een voortdurende staat van terreur. De gevangenen werden om het minste of geringste mishandeld. Van de verschillende bewakers, maakte de Belg Emil Steylaerts zich hier het meest schuldig aan. Hij werd 'de beul' of 'de bokser' genoemd. (10. In de verhalen over mishandeling van de gevangenen duikt de naam van Emil Steylaerts steeds op. Hij behoorde tot een groepje van zo’n tien Belgische SS'ers. die deel uitmaakten van het Kommando Kronberger. Zij waren leden van de Belgische fascistische partij Rex van Léon Degrelle en werden daarom als rexisten aangeduid. Steylaerts stond bekend als een treiteraar die de gevangenen regelmatig mishandelde met een sleutelbos of een dik stuk touw.) Intimidatie door geweld was aan de orde van de dag. Soms ging deze intimidatie erg ver. Grote indruk op de gevangenen maakte de executie van de aan difterie lijdende politieman J.B. Wibiër. In de nacht van 12 op 13 januari 1945 werd hij op de binnenplaats van de gevangenis doodgeschoten. (11. J.B. Wibiër was een ondergedoken politieman, die zijn opleiding in Schalkhaar had genoten. Hij werd op 16 december 1944 samen met zijn collega Roelof Veen in Noordwolde gearresteerd op verdenking van moord op de landbouwer Meindert Land. Na hun arrestatie noemden zij namen van personen die actief waren in het verzet in Noordwolde, waarna een ware arrestatiegolf volgde. Wibiër, die aan difterie leed, was de SD na zijn bekentenissen kennelijk niet meer tot nut. In de nacht van 13 januari 1945 werd hij op de binnenplaats van de Crackstate gevangenis doodgeschoten.)  Door al dit geweld stonden de gevangenen onder een voortdurende psychische druk. De angst voor wat hen nog te wachten stond en het gekerm en geschreeuw van mishandelde medegevangenen werd sommigen teveel. De arts Thomas Hendrik Verdenius uit Noordwolde pleegde zelfmoord, door met zijn brillenglas zijn slagader door te snijden. Verschillende anderen deden pogingen daartoe. Om elkaar te steunen werd er gebeden en zong men gezamenlijk vaderlandse en christelijke liederen. Een treffend beeld van het dagelijks leven in de gevangenis geeft de koerierster Bonnie Biersma in haar verhaal over het verblijf in Crackstate. 

 

(Ooggetuigenverslag 2) Ontsnappen uit deze hel was niet mogelijk, daartoe werd de gevangenis te zwaar bewaakt. Het verzet heeft een kraak weloverwogen, maar de risico's werden Le groot geacht. Slechts éénmaal slaagde men er in om..

Links: De Sloop van de gevangenis in 1973. 

Rechts: In de jaren dertig was in het gevangenisgebouw een meubelmakerij gehuisvest.

..twee gevangenen uit Crackstate te bevrijden. Dat was in september 1944, vlak voor de overname van de gevangenis door de SD. (12. Begin september 1944 werden Barteld Doo en André Heins in Heerenveen gearresteerd. Zij hadden distributiebescheiden naar de LO doorgespeeld. De KP van Sneek besloot de gevangenen te bevrijden voordat zij naar Leeuwarden zouden worden gebracht. De geslaagde actie staat beschreven in het boek 'Vlucht en Verzet' van Piet Stavast.) Wat na al die jaren nog steeds verbazing wekt, is dat het Kommand Kronberger tot op het allerlaatst door is gegaan met het martelen en moorden. Als vergelding voor de moord op twee leden van de Duitse Wasserschutzpolizei uit Lemmer werden op 17 maart 1945 tien gevangenen uit Crackstate te Doniaga gefusilleerd. (13. De namen van deze gevangenen waren Roelof Knol (22) uit Meppel. Wiepke Hof (28) uit Echtenerbrug. Yde Yntema (43) uit  Hemelum. Siebe de Ruiter (63) uit Oudehaske. zijn zoon Dirk de Ruiter (23) uit Oudehaske, Albert Koopman (2il) uit Echten, Jan Hornstra (44) uit WijkeI. Hotse Brouwer (31) uit Haskerhorne. Thomas Kuurstra (21) uit Harlingen en Jelle Boersma (34) uit Katlijk.) En terwijl de Canadese tanks Mildam al hadden bereikt schoot de SD in de nacht van 12 op 13 april de verzetsmensen Bouwe van Ens en Sybren Sytsma in koelen bloede dood bij Luinjeberd, na hen eerst beestachtig te hebben gemarteld. (14. De melkrijder Bouwe van Ens was de spil van het verzet rond Nieuwehorne. Hij hielp niet alleen vele onderduikers aan een veilig adres, maar was ook betrokken bij de distributie van gedropte wapens. Hij werd gewaarschuwd voor een op handen zijnde arrestatie. maar weigerde onder te duiken. De SD arresteerde hem op 25 januari 1945. Sybren Sijtsma uit Hemelum was tijdens de oorlog actief in het onderduikerswerk en was lid van de NBS. Hij werd op 8 maart 1945 in Echtenerbrug opgepakt.) Waarschijnlijk wilden de beulen op deze wijze de sporen van hun misdaden uitwissen. Op het laatst waren zij alleen nog bezig hun terugtocht af te dekken. In dit licht moet ook de vlotte vrijlating van de districtscommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten Atse Bergsma gezien worden. Hij viel de SD op 11 april 1945 bij toeval in handen. maar werd na een belofte zich met zijn districtsoperatieleider Dirk de Bruin te zullen melden, vrijgelaten. Het spreekt vanzelf dat Bergsma zich niet aan deze afspraak hield. Ook de SD'ers wisten dat waarschijnlijk. maar wilden zich de wraak van de NBS'ers niet op de hals halen. Naarmate de bevrijding dichterbij kwam steeg de spanning in de gevangenis. Wat zouden de SD'ers doen? Zij hadden veelvuldig gedreigd het gebouw in de lucht te laten vliegen en het tot de laatste man te verdedigen. Deze dreigementen maakten zij gelukkig niet waar. Op zaterdagmiddag 14 april 1945 kozen zij eieren voor hun geld en vertrokken, zo'n 50 manlijke gevangenen achterlatend. De vrouwen waren 's morgens al vrijgelaten. Gerlof de Wolf, een bakker die in de Begoniastraat schuin tegenover Crackstate woonde, had de SD'ers zien vertrekken. Samen met zijn 16-jarige knecht Hendrik Kooy drong hij de verlaten gevangenis binnen en bevrijdde de gevangenen. Een zuiver staaltje van heldenmoed, waarvoor De Wolf en Kooy na de bevrijding uitgebreid zijn gehuldigd. In het derde ooggetuigenverslag verhaalt de verzetsman Jan Tuut over de bevrijding van Crackstate, die hij als gevangene meemaakte. Het vierde en laatste verslag is dat van bakker De Wolf zelf. Na de bevrijding wisselden de rollen in de Crackstate-gevangenis. De cellen werden gevuld met opgepakte NSB'ers en anderen die met de Duitsers hadden geheuld. Ook enkele van de SD-beulen werden na hun arrestatie naar Heerenveen overgebracht. In dezelfde gevangenis waar zij zo beestachtig hadden huisgehouden, moesten zij nu hun proces afwachten (15. Na de oorlog veroordeelde de Bijzondere Strafkamer van de Leeuwarder Rechtbank verschillende leden van het Kommando Kronberger voor de door hun begane misdaden. Erich Kronberger kreeg 14 jaar gevangenisstraf. De directeur van de gevangenis Walter Czunszeleith hoorde tien jaar tegen zich eisen.) Het Huis van Bewaring bleef nog tot 1949 in functie. Daarna deed het dienst als politiebureau en als garage van de brandweer en de gemeentereiniging. In 1973 moest het plaats maken voor een nieuwe gemeentesecretarie. Vlak bij de plek waar de gevangenis ooit stond is op 15 april 1995 een monument onthuld. Ter nagedachtenis aan al degenen die er voor de vrijheid hebben geleden, maar tevens als waarschuwing... 


Afbeelding links:

 

Emu Steijlaerts.

Belgische SS'er, één der wreedste bewakers.

 

Afbeelding rechts: De strafcel


Kommando Kronberger

SD commando van Heerenveen

Boven: De kopstukken SD commando van Heerenveen. 

V,l,n,r. Haubtscharführer Rosenthal, Sturmscharführer Warning. Sturmscharführer Dolzansh. Haubtsturmscharführer Kronberger, Sturmscharführer Nauhein, Scharführer Hanot.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Linksonder: Erich Karl Kronberger, de commandant van het SD commando Heerenveen na zijn arrestatie in 1945,

 

Rechtsonder: Walter Czunczeleith, de directeur van de gevangenis na zijn arrestatie in 1945,

Meteen nadat de geallieerde opmars in september 1944 bij Arnhem was gestuit, streken op diverse plaatsen in Noord-en Oost-Nederland speciale einzats Kommandos van de Duitse Sicherheitspolizei (Sipo) en Sicherheitsdienst (SD) neer.

(1.In Friesland vestigden zich behalve in Heerenveen ook SD-commando's in Leeuwarden en Sneek.) Hun voornaamste opdracht was de door de Duitsers aan te leggen IJssellinie te beschermen tegen sabotage en spionage. Op 14 oktober 1944 arriveerde in Heerenveen het 'Z.B.V. (Zur Besonderen Verwendung) Kommando 14 der Sipo und SD'. Commandant van deze politie-eenheid was de SS-Haubtsturmführer Erich Karl Kronberger.

(2.Erich Karl Kronberger werd op 31 augustus 1910 in Wenen geboren. Hij was goudsmid van beroep. Hij trad toe tot de SS en werd bij de SD in Wenen geplaatst. Via Parijs, Lille, Rotterdam en Almelo kwam hij uiteindelijk in Heerenveen terecht.) Hij voerde het bevel over zo'n veertig man, deels SS'ers, afkomstig uit alle hoeken en gaten van het afbrokkelende Derde Rijk.

(3.Behalve uit Duitsers en Oostenrijkers, bestond het Kommando Kronberger uit Tsjechen, Hongaren, Roemenen, Belgen, enkele Franse secretaresses, een Pool en een Oekraïner. In januari 1945 werden daar nog twee Nederlandse rechercheurs aan toegevoegd, Jannes Jouke Post en Petrus Wamelink.)  Het commando kon zichzelf volledig bedruipen. Het beschikte over eigen voertuigen, chauffeurs, administratief-, huishoudelijk-en bewakingspersoneel. Kronberger nam zijn intrek in het gebouw van De Zevenwouden in de Van Maasdijkstraat. Een voormalig garagebedrijf aan de huidige burgemerster Falkenaweg werd als wachtlokaal ingericht. Een kleine eenheid vestigde zich in Steenwijk. De keuze voor Heerenveen als vestigingsplaats werd mede ingegeven door de aanwezigheid van een relatief grote gevangenis.

(4. De gevangenis achter Crackstate werd in 1890 als Huis van Bewaring en Gewone Strafgevangenis gebouwd. Het bestond uit een directeurswoning en een hoofdgebouw met drie verdiepingen waarin ongeveer 25 cellen waren ondergebracht. De gevangenis deed dienst tot 1923, toen hij samen met de Arrondissementsrechtbank in Heerenveen werd opgeheven. Plannen om de gevangenis tot marechausseekazerne te verbouwen werden nooit uitgevoerd. In de jaren dertig fungeerde het gebouw als pakhuis en als oefenruimte voor de plaatselijke fanfare. Tevens was er een meubelmakerij in gevestigd. Bij het uitbreken van de oorlog was het gebouw opnieuw als gevangenis in gebruik. In de eerste oorlogsjaren verbleven er hoofdzakelijk overtreders van de distributiewet en Joodse mensen. In 1943 werden er voor het eerst ook verzetsmensen op last van de SD vastgezet. Het Kommando Kronberger nam de gevangenis in oktober 1944 over en zette al het Nederlandse bewakingspersoneel op straat.)  Dit Huis van Bewaring, dat schuin achter het 17de Eeuwes Crackstate stond, werd meteen na aankomst door de SD'ers geannexeerd! en voor de rest van de oorlog als uitvalsbasis gebruikt. Vanaf de eerste dag maakte het Kommando Kronberger jacht op iedereen die in zijn ogen het Duitse gezag ondermijnde. Daarbij gingen de SD’ers niets ontziend te werk. Een voorbeeld van hun genadeloze optreden is de moord op twee opgepakte spoorwegstakers op 20 november 1944. Als represaille voor een onbeduidende vernieling aan de spoorlijn naar Leeuwarden werden zij op de plek van de sabotage geëxecuteerd.

(5. Door verraad werden de spoorwegstakers Sjoerd Stoker (24) uit Wijhe en René J.A. Bol (23) uit Rotterdam bij veehouder Reits Hoekstra uit Katlijk gevangen genomen en op 20 november 1944 geëxecuteerd.) Met deze en andere moorden gaf Kronberger een duidelijke boodschap af. Met zijn commando viel niet te spotten. (6. Binnen een week na aankomst gaf het Kommando Kronbergcr zijn visitekaartje af met de moord op Johan Temme (24) uit Amsterdam en Oebele Klazinga (23) uit Drachten. Zij verbleven op doorreis in Heerenveen en werden zonder duidelijke aanleiding in koelen bloede op de Dracht doodgeschoten, nadat zij kort daarvoor door de SD"ers Zigrad en Verbrugghe waren aangehouden.) De boodschap was vooral bedoeld voor de mannen en vrouwen van het georganiseerde verzet. Op deze 'terroristen', zoals ze door de SD werden betiteld, had het commando het in het bijzonder voorzien. Verdachten van verzetsactiviteiten werden zonder pardon opgepakt en vaak wekenlang onder erbarmelijke omstandigheden in de Crackstategevangenis opgesloten. Daar werden ze aan verschrikkelijke verhoren onderworpen, waarbij de SD niet terugschrok voor lichamelijk geweld. Om bekentenissen af te dwingen werd er veelvuldig gemarteld. Een enkele maal gingen de SD’ers beulen zo ver dat de gevangene aan zijn verwondingen overleed. (7. Op 3 januari 1945 werd Luitjen Mulder uit Echtenerbrug door de SD gearresteerd. Hij was lid van de K.P. en had onder andere deelgenomen aan de kraak van een distributiekantoor in Kuinre en aan de liquidatie van de leider van dit kantoor. Vijf dagen na zijn arrestatie overleed hij aan de gevolgen van afschuwelijke martelingen. Zijn lijk werd verzwaard in het water gegooid en pas na de bevrijding gevonden.) De verhoorkamer, tevens het bureau van gevangenisdirecteur Walter Czunezeleith. lag midden tussen de andere cellen. De mede-gevangenen konden dus voortdurend het geschreeuw en gegil van de slachtoffers horen. Het relaas van Halbe van der Goot over het trieste lot van de verzetsman Bouwe van Ens uit Nieuwehorne geeft een indringend beeld van deze afschuwelijke martelpraktijken. Alleen de hele sterken doorstonden de martelingen zonder te praten. De meeste gevangenen sloegen in dit afschuwelijke pokerspel vroeger of later door en vertelden hun beulen vaak stukje bij beetje wat ze wilden weten. 

Het interieur van de Crackstate-gevangenis

 

Op deze wijze kwam een sneeuwbal aan het rollen, die er toe leidde dat tussen oktober 1944 en april 1945 honderden verzetsmensen uit Friesland, Drenthe en de Kop van Overijssel werden opgepakt. Vooral de illegaliteit in de omgeving van Noordwolde, Wolvega en Echtenerbrug werd zwaar getroffen. Maar ook het verzet in de gemeente Heerenveen kreeg het zwaar te verduren.

(8. Eind januari 1945 werd een aantal boeren uit de omgeving van Katlijk en Mildam opgepakt wegens het verbergen van wapens die op het afwerpterrein in het Katlijker Schar terecht waren gekomen. Ook Bouwe van Ens, de spil van het verzet in de omgeving van Nieuwehorne werd in verband met deze zaak opgepakt. Evenals Van Ens beleefde ook de landbouwer Jelle Boersma uit Katlijk de bevrijding niet. Hij werd op 17 maart in Doniaga gefusilleerd.)  Van al deze gevangenen vonden enkele tientallen de dood. Ze werden geëxecuteerd, pleegden zelfmoord of stierven in concentratiekampen. 


Ooggetuigenverslagen

Halbe van der Goot

De lijdensweg van Bouwe van Ens

Halbe van der Goot uit Oudemirdum was gedurende de oorlog actief in het verzet. Hij werd in februari 1945 door de SD gearresteerd op verdenking van medewerking aan de distributie van gedropte wapens en twee maand in Crackstate opgesloten. Daar maakte hij veel indruk op zijn medegevangenen door zijn voorbeeldige optreden. Direct na de bevrijding legde hij voor de Gemeentepolitie van Heerenveen een verklaring af over de mishandeling van de verzetsman Bouwe van Ens uit Nieuwehorne, die op 13 april 1945 door de SD werd doodgeschoten. "Ik heb als politieke gevangene gezeten in de gevangenis van Crackstate te Heerenveen. Ik was door den SD te Heerenveen gearresteerd en hiernaar overgebracht. Bij het wassen in deze gevangenis zag ik op zekeren keer de mij bekende Bouwe van Ens. Deze had toen enige ontvellingen onder het oog, terwijl zijn tanden hem los in den mond zaten en zijn lippen stuk waren. Ik heb in de cel naast de zijne gezeten. Op een vrijdagmorgen, juiste datum en tijdstip weet ik mij niet meer te herinneren, maar het was in 1945, werd Bouwe van Ens uit de cel gehaald. Wij namen aan dat dit voor verhoor was. Na eenige tijd hoorden wij vanuit de richting van de verhoorkamer een afschuwelijk geschreeuw en gejammer, een hevig lawaai en stommelen, het schreeuwen van mensen en ik kreeg het idee alsof er alles kort en klein werd geslagen. We hoorden doorlopend kreten van iemand die blijkbaar hevige pijn had. Het werd in de gevangenis stil en mijn medegevangenen en ik waren diep onder de indruk. Het werd daarna ook in de martelkamer stil. Vijf dagen later, het was naar ik meen op een dinsdagmorgen, werd Bouwe van Ens weer in de cel naast de onze gebracht. In de tussenmuur van de cel van Van Ens en die van ons was een gat ter grootte van ongeveer 15 à 20 centimeter in het vierkant. Ik vroeg toen: "Ben jij daar Van Ens?" Hij antwoordde mij daarop bevestigend. Ik vroeg hoe het met hem was. Hij zei: "Niet best" en huilde erg. Hij vertelde mij toen dat hij ergerlijk mishandeld was. Men had hem, volgens zijn verklaring, op dien vrijdag van alle kanten geschopt, geslagen, getracht te wurgen en allerlei meerdere pijnlijke handelingen verricht. Dit was gebeurd door meer dan één persoon. Volgens Van Ens ten minste vijf, waarvan Emil Steylaerts en Post (Jannes Jouke Post, een Nederlandse rechercheur red.) het leeuwendeel hadden gehad. Hij was bloedend verwond, vooral ook om zijn hoofd, dat opgezwollen was. Hij was groenblauw en volgens hem had men hem twee ribben stukgeslagen. Hij kreunde steeds van de pijn. Hij kon haast niet liggen en ook niet staan. Hij vertelde mij dat men hem vijf dagen geboeid, zonder eten en drinken in een andere cel had gehad, terwijl hij heftige pijnen had gehad van de geleden mishandelingen." 


Bonnie Biersma

Bonnie Biersma

Mijn verblijf in Crackstate.

Bonnie Biersma, schuilnamen 'Ria' en Jopje', was tijdens de oorlog actief als koerierster voor het verzet in Weststellingwerf Haar directe opdrachtgever was Chris van der Linde, schuilnaam 'Theo'.  Op 9 februari 1945 werd zij bij een grote razzia in haar woonplaats Wolvega opgepakt en naar Crackstate overgebracht. Daar deelde zij een driepersoonscel met nog vijf andere vrouwen, ook meest koeriersters.  In 1994 verscheen haar ooggetuigenverslag in het boek 'Opdat wij nooit vergeten... ' over het verzet in Weststellingwerf onder de titel: 'Mijn reis naar en verblijf in de gevangenis 'Crackstate, te Heerenveen: 65 dagen in Duitse gevangenschap.'


Teksten psalmen Crackstate

Teksten psalmen Crackstate

De gevangenen putten kracht uit het zingen van psalmen, gezangen en liederen van Johannes de Heer.

 

"Een dag in de week konden er pakjes bij de gevangenis worden afgegeven en de was worden geruild, maar ik hoorde wel dat niet iedereen z'n pakje bereikte: als strafmaatregel werd het sommige gevangenen geweigerd. Kreeg je een pakje dan ging je dat natuurlijk opdelen met de anderen en dan was het vaak weer te weinig. Mijn moeder bakte meestal 'drie in de pan' en pannenkoeken, heerlijk!! Er zat wel eens een smokkelbriefje tussen, dat ze het thuis goed maakten en dat moest je weer even verwerken: een briefje van m'n moeder... en dan kreeg je heimwee naar huis. Gelukkig duurde dat niet zo lang, want je had wel andere dingen om over te denken: hoe kom ik hier uit! Van de familie Pieter de Boer uit Oldeholtwolde kreeg ik elke week een pakje met roggebrood en spek besmeerd met dikke roomboter. Zalig! Janny de Boer, mijn vriendin, bracht het eenmaal in de week en wij keken daar echt naar uit want we hadden het zo nodig: het eten was uitgesproken slecht en vies en weinig tot te weinig. Benul van tijd had je niet, de dagen kraste je met een haarspeldje in de muur: vier streepjes naast elkaar en één er schuil) doorheen, dat waren vijf dagen. 'Turven' heet dat...turven...en zo heb ik het tot vijfenzestig dagen gebracht. De dagen verliepen als volgt: 's Morgens werd er omstreeks zeven uur gefloten. Dan moest je snel opstaan en hoorde je de Duitsers schreeuwen en mensen uitkafferen en zo nodig, als het niet vlug genoeg ging schoppen enzovoort.  Sleutelbossen rammelden, laarzen stampten en de gevangenen gingen dan cel na cel naar de wascel. Veel boeren en onderduikers liepen op klompen, omdat ze soms zo onder de koeien waren weggehaald. In onze cel stond ook een paar klompen met dikke grijze sokken. Stille getuigen... Van een martelaar? Je werd nooit gewaar van wie ze geweest waren, maar ze spraken voor ons boekdelen... Als wij 's morgens aan de beurt waren voor onze wasbeurt beneden, werd de cel meestal opengedaan door een Belg. Hij heette Emil Steijlaerts, zoon uit een rijke Belgische fabrikantenfamilie. Eenmaal in de week moesten wij onze 'ton' van boven naar beneden dragen. Dat was geen eenvoudige opgave want die ton was zwaar, twee handvatten, een groot gat van boven, meestal erg vol en dun. U begrijpt het al: je moest samen een gelijke tred hebben en de trap was smal, dus te weinig ruimte om je voeten neer te zetten. Dan ging het wel eens mis en dat werkte dan weer op onze lachspieren, zodat we niet voor of achteruit konden. Maar dat duurde nooit lang, want het paste niet in het straatje..

smokkelbriefjes crackstate Heerenveen
Smokkelbriefjes

 

 

..van de Duitsers en die schreeuwden dan "Schnell! Schnell!" en "Ruhe!". Deze korte woorden klonken dikwijls door de gevangenis als mannen werden verhoord en gemarteld. Dan hoorden we hen schreeuwen van pijn...dat ging je door merg en been. Dat werkte zo beangstigend op de andere gevangenen die dat ook als hun voorland zagen of het reeds hadden beleefd. Dan brak er een massa-hysterie los van angst. Ze begonnen in hun cellen heen en weer te lopen, sloegen met vuisten en klompen op celdeuren. Dan zaten wij als bange vogeltjes naast elkaar op de rand van een krib met de vingers in de oren, want het was niet om aan te horen. De angst die daaruit klonk... dat holle geluid van ijzer en steen... die laarzen... die schreeuw van de Duitsers: "Ruhe!!, Ruhe!!" Weet u wat we daarna deden, als alles stil was? Wij begonnen te zingen: psalmen, gezangen, liederen van Johannes de Heer... Wij hoorden later van de corveeërs, via Ome Piet (Yspeert red.), of we toch vooral veel wilden zingen voor de mannen, want ze putten er zoveel kracht uit: in stilte in een koude cel, met de angst wat gaan ze morgen met me doen...luisteren naar liederen die zovelen bekend in de oren klonken, wat hun houvast en vertrouwen gaf. En daarom zongen wij veel! Ook al werd er van beneden geschreeuwd: "Ruhe". Wij zongen totdat het de Duitsers verveelde, en dan kwam er één de celdeur open doen en zei: "Jullie moeten je mond houden anders worden er strafmaatregelen genomen." Dan zei ik gekscherend: "En sluit je ons dan op?" Hilariteit bij de meisjes achter me. Dan ging hij weer weg tot de volgende keer. Wij zijn in al die tijd twee maal gelucht. Dat was veel te weinig en moest eigenlijk elke dag. De luchtcellen lagen beneden aan de binnenplaats, smal beginnend en breed uitlopend, rondom een muur en hoog boven: tralies... Toen we gelucht werden stond de Belg Emil Steylaerts tegen de deurpost van de luchtcel te leunen. Plotseling stak hij zijn rechterbeen naar voren en hield mij zo tegen, greep me vast en wilde iets van mij: een zoen of iets dergelijks, maar daarvoor kreeg hij geen gelegenheid, want ik schopte hem impulsief zo hard voor z'n linkerscheenbeen dat we er beiden van schrokken. Hij liet me gaan alsof er niets was gebeurd, maar het zette me wel aan het denken. Mijn angst was altijd: als ze maar geen seksueel geweld tegen ons gaan gebruiken. Die mogelijkheid zat er in: ze waren jong en lang van huis. Maar ik moet hen tot hun eer nageven: ze hebben ons in die richting nooit lastig gevallen. Dat Emil Steylaerts zekere gevoelens voor mij had, liet hij op bepaalde momenten blijken... De laatste zondag voor de bevrijding kwam hij boven en stuurde alle vrouwen op de gang. Die mochten daar wat rondlopen, maar ik moest blijven. Vreemd, dacht ik. Wat zal er aan de hand zijn? Hij ging naast me op de krib zitten en vroeg: "Zou jij met mij willen onderduiken en weet je dan waar je met me heen zou gaan?" Ik dacht pas op! Misschien een strik-. vraag. Ik zei "Voor ons staan alle deuren open, dat kunnen jullie niet Zeggen. Waar we heen zouden gaan, dat blijft een verrassing. Ik kan je dit wel zeggen: We zitten met zo'n tachtig mensen gevangen in Crackstate. Als jij nog een goede daad wilt doen tegenover al het verkeerde dat je hebt gedaan, laat dan alle gevangenen vrij. Die vinden hun weg wel en ik duik onder met jou. Dus allemaal vrij of geen vrij. Denk daar maar eens over na". Een paar dagen voor onze bevrijding kwam hij me boven in de cel zeggen: "Ik zie geen kans om jouw plan te verwezenlijken. Er is teveel bewaking ..

 

Gevangenis achter Crackstate
Gevangenis achter Crackstate

.. rondom en in de gevangenis". Ik zei: "Schiet die lui maar overhoop. neem hun wapens af en geef die aan de gevangenen. die bevrijden elkaar we)". Hij keek me aan alsof hij wou zeggen: was het maar zo simpel... Mijn plan was van de baan en dat was misschien ook maar goed, want dan waren er waarschijnlijk nog heel wat slachtoffers gevallen... De laatste middag (13 april red.) hoorden wij beneden in de gevangenis ontzettend veel lawaai door het verschuiven van zware materialen. Dat duurde vrij lang en er werd veel heen en weer gelopen. Op de normale tijd werd ons avondeten gebracht: een blikje vieze koffie-surrogaat en twee boterhammen. Ik vroeg zo langs m'n neus weg aan Emil Steylaerts die het eten bracht :"Wat was dat toch voor lawaai vanmiddag" ... Toen zei hij: "Alle munitie is in de voorhal gesleept. We verdedigen ons tot het laatst en als het niet meer gaat, is de laatste oplossing om Crackstate in de lucht te laten vliegen met alle gevolgen van dien. Misschien ga ik er zelf ook wel aan kapot..." Toen ging hij weg... Daar zaten we dan. Zwijgzaam vol gedachten. Je zou wel tegen de muren op willen vliegen, maar het zou je niet verder helpen. Lamgeslagen. Het enige dat ons bezig hield was luisteren naar wat er buiten gebeurde... De spanning was om te snijden ... Dan hoorde je in de verte de eerste knallen en explosies. Het kwam steeds dichterbij en uur na uur verstreek. Langzaam aan begon het buiten een beetje licht te worden. Licht dat iets van de dreigende angst in het donker van de nacht wegnam... Het was negen uur toen een eerste geluid uit de gevangenis tot ons doordrong... Voetstappen die naderbij kwamen. Voetstappen in onze richting. Een sleutelbos rammelde ... Toen ging de celdeur open. Buiten onze cel bleef hij staan. De Mol was zijn naam, ook een Belgische rexist. Wij moesten ons klaarmaken en hij zou direct terugkomen. Een panische angst... Wat gaat er nu met ons gebeuren... Hij haalde ons één voor één uit de cel en nam ons mee naar beneden. Toen ik aan de beurt was bracht hij me naar de verhoorkamer. Daar was geen mens meer te zien. Hij trok zwijgend een bureaula open en gaf me mijn spulletjes terug... Toen ik mijn mantel had aangetrokken en m'n spullen had opgeborgen zei hij ... : "U bent vrij" ... Ik moest me bedwingen, maar ik kon hem wel om de hals vliegen, maar ik vloog snel naar buiten ...DE VRIJHEID TEGEMOET!!!."


Jan Tuut

Jan Tuut (Joop van Wijk)

Crackstate, de hel van het Noorden. Jan Tuut zat tijdens de oorlog diep in het verzet. Hij was actief in de LO en als KP'er, eerst in Meppel later in Friesland en Noordwest-Overijssel. Tevens verrichtte hij spionage werkzaamheden. In januari 1945 werd hij door de SD van Steenwijk gearresteerd en via de Johan van den Kornputkazerne naar Crackstate overgebracht, waar hij tot de bevrijding gevangen zat. In 1994 verschenen Tuuts herinneringen aan zijn gevangenschap onder de titel 'Crackstate te Heerenveen. De hel van het Noorden'.

Legitimatiebewijs van Jan Tuut

"Op de muur werden de laatste streepjes voor maart gezet. Buiten scheen de zon reeds heerlijk. Het gras in het park werd groen en langs de gracht om de gevangenis zagen wij de madeliefjes ontluiken. En nog steeds werden er mensen binnengebracht. Mensen die tijdens 'Sperzeit' op straat waren geweest, onderduikers en zelfs illegale werkers.  De verhoren werden schijnbaar iets soepeler. Wij mochten ook meer zingen, al werd er nog wel "Ruhig" geroepen door Steijlaerts. "Op de muur werden de laatste streepjes voor maart gezet. Buiten scheen de zon reeds heerlijk. Het gras in het park werd groen en langs de gracht om de gevangenis zagen wij de madeliefjes ontluiken. 

Jan Tuut zat tijdens de oorlog diep in het verzet. Hij was actief in de LO en als KP'er, eerst in Meppel later in Friesland en Noordwest-Overijssel. Tevens verrichtte hij spionage werkzaamheden. In januari 1945 werd hij door de SD van Steenwijk gearresteerd en via de Johan van den Kornputkazerne naar Crackstate overgebracht, waar hij tot de bevrijding gevangen zat. In 1994 verschenen Tuuts herinneringen aan zijn gevangenschap onder de titel 'Crackstate te Heerenveen. De hel van het Noorden'. En nog steeds werden er mensen binnengebracht. Mensen die tijdens 'Sperzeit' op straat waren geweest, onderduikers en zelfs illegale werkers. De verhoren werden schijnbaar iets soepeler. Wij mochten ook meer zingen, al werd er nog wel "Ruhig" geroepen door Steijlaerts. Ik had er al ruim elf weken gezeten, toch wij beneden in de kooi, hooguit tien minuten werden gelucht. Dat was heerlijk in de zon. Het was ook de enige keer. Het gat in het raam werd stiekem groter gemaakt en steeds werd ik gewaarschuwd, "Ga weg bij dat raam, Steijlaerts of wie dan ook schiet je nog eens dood." Deze goed gemeende boodschap kwam van politieagent Nieland uit Vollenhove. Nog geen uur nadat Nieland dat gezegd had, kwam Steijlaerts binnen, ik hoorde de sleutels, sprong snel van de verwarmingsbuizen af (ik stond daarop omdat ik anders niet naar buiten kon kijken) dook de getraliede cel in waar de wc-pot stond en probeerde een plasje te doen. Hij had mij echter gezien en zo liep ik met de sleutelbossen een ongenadig pak slaag op. Maar het gat in het raam was alles voor mij. Je keek de vrijheid in, wat een zegen! Ongeveer een week voor de bevrijding werd de waarnemend commandant van het Friese Verzet binnengebracht. (A. Bergsma, commandant district 111 van de NBS, red.) Vanuit onze cel konden we hem door het kijkgat in de deur zien. Van der Goot herkende hem. Tijdens een gesprek op de gang hoorden wij hem zeggen, dat er heel veel NBS'ers waren in Friesland, die zo gauwer bericht kwam klaarstonden om in te grijpen. Zij vroegen hem ook, of hij Dolle Dirk, kende (Dirk de Bruin, red.) Die wilden ze graag levend in handen krijgen. Dolle Dirk was Districts Operatieleider van de knokploeg en ook van de NBS werd er door hem verteld. De op de overloop aanwezige Duitsers, waaronder Rosenthal en Schlegel, commandanten van de SD in Heerenveen, zeiden tegen hem dat hij direct vrijgelaten zou worden als hij beloofde dat zij Dolle Dirk levend in handen zouden krijgen. Dit is gelukkig nooit gebeurd en zowel de waarnemend commandant van het Friese Verzet als Dolle Dirk liepen vrij rond ... De bevrijding naderde snel. Desondanks werden er nog steeds mensen opgepakt. Zo werd er een dag voor de bevrijding nog een jood, die al een tijd ondergedoken had gezeten binnengebracht. Wij probeerden hem te troosten, maar hij was totaal overstuur en het praten vlotte ook niet erg. Alleen stamelde hij: "Ze hebben me vast verraden".

Links: Een impressie van de erbarmelijke omstandigheden in de cellen van Crackstate, geschilderd door Jan Hachmer die er van 3 tot eind januari gevangen zat. Rechts: Cel in de Crackstate-gevangenis.

Het middageten werd steeds beter. Dit was ook door tussenkomst van het verzet geregeld bij de gaarkeuken. "Jullie vrienden zorgen dat er goed eten en brood met beleg voor jullie zwijnhonden komt", zei Steijlaerts. Door het raam zag ik buiten de zon schijnen en het was volgens ons telraam al april... Iedereen in de gevangenis was er zich zeker van bewust dat de bevrijding naderde, want het lawaai van laagvliegende jagers en bommenwerpers werd steeds luider. Het zingen in de cel werd dan ook steeds heviger. Elke dag zeker het Wilhelmus. Ook het Friese volkslied galmde door de gevangenis. Daarnaast klonken ook christelijke liederen, zoals 'Scheepje onder Jezus hoede' en 'Hijgend hert der jacht ontkomen' en andere liedjes uit het liedboek van Johannes de Heer... Het werd door het gat in het raam nu gemakkelijker en duidelijker te praten en wij konden ook goed verstaan wat ze zeiden. De bevrijders, Amerikanen, Engelsen en Canadezen trokken op in de richting van Smilde. Ook bij Zwolle rukten ze op. Wat een spanning achter de tralies. De bevrijding kwam steeds dichterbij en toch dacht je wel hoe zou het met ons komen? Geallieerde vliegtuigen scheerden soms laag over Heerenveen, trokken weer snel op en verdwenen in zuidelijke richting. Even later hoorde je de salvo's van de jagers, waarop werd geschoten? Waren het terugtrekkende Duitsers? De berichten die doorkwamen door middel van briefjes pepten ons op. De dagen kropen voorbij en in de verte hoorde je zwaar geschut... Het was op vrijdagmorgen (13 april, red), dat ik al vroeg voor de ramen en door het grotere kijkgat met een man kon praten. Deze zei dat Wolvega al bevrijd was. Wij konden nu echt de geweerschoten en mitrailleurs op korte afstand horen... Toen ik op zaterdagmorgen wakker werd, zeiden ze tegen mij: "Al schieten ze een kanon bij je af, dan slaap je zeker nog door." Laagvliegende jagers scheerden namelijk vlak boven de gevangenis die nacht, maar ik was in diepe rust. Het wassen moest 's morgens 14 april nog sneller gebeuren dan anders, doch onze twee sneetjes brood met beleg waren nog op tijd! En wat gebeurde er toch beneden? Ook op onze verdieping waren er voetstappen en sleutels te horen. Alles moest wel snel gebeuren. Jammer genoeg konden wij beneden niets zien. Alleen hoorden wij stemmen. Dat duurde niet zo lang want ik hoorde Steijlaerts en Czunczeleith zeggen: "Der aus!" .,. Die morgen duurde langer dan ooit. Ik deed niets anders dan voor het raam staan te praten. Beneden in het park zei een man dat de Canadezen in Bontebok waren. Ik had er nog nooit van gehoord en dacht eerst dat hij mij de gek aanstak, maar achter in de cel werd gezegd: "Dan zijn ze al aardig dichtbij, want ik woon in Katlijk". Nu kwam er ook een kleine jongen, die zei "Ze zijn al in Oranjewoud" . De spanning werd te groot ook voor mij, want ik zou niet eens meer durven zeggen of wij 's middags ook eten hadden gekregen. En Van der Goot (Halbe van der Goot, red.) maar zeggen: "Jongens geduld bewaren, God is ons hopelijk nabij." Wij hoorden om ongeveer één uur dat de deuren open gingen. Zouden ze vertrekken en ons de lucht in laten vliegen? Ik hoorde door het kijkgat in de deur, dat er met sleutelbossen werd gegooid. Volgens mij op de stenen vloer. We zagen een lont dat naar de gevangenis leidde en over de gracht smeulde. Een bejaard mannetje drukte met zijn stok op de lont. Was hij uit? Niemand wist het. Toen er een jongeman (Hendrik Kooy, red.) aankwam, riep ik tot hem: "De sleutels liggen voor de ingang. Er is volgens ons hier geen één Duitser meer, alleen gevangenen". Die waren doodstil. De oudere baas (G. de Wolf, red.) kwam nu samen met Hendrik.  

Zijaanzicht van de gevangenis Crackstate Heerenveen.
Zijaanzicht van de gevangenis Crackstate Heerenveen.

Eerst gingen ze voor de gevangenis kijken. Opnieuw en zeer terecht kwamen ze beiden nog eens vragen: 'Weet je zeker dat er geen Duitser meer binnen is?" "Kom naar cel 14", schreeuwde ik. Weer gingen ze samen naar voren. Het was net of het uren duurde. Maar wij hoorden geluid beneden. Zouden ze komen? Ja hoor, ik hoorde voetstappen op de trap, gerammel met sleutels en daar stond onze bevrijder voor de open deur, bakker De Wolt'. Zoals gezegd gaf hij mij alle sleutels en zei "Ik ga naar beneden." Moederziel alleen ging ik nu alle celdeuren opendoen. Ik vond ook schreiende mensen in de cel, die ik eruit moest sturen. Zij waren bang en vroegen zich af of het wel kon. Beneden hoorde ik onze bevrijder praten met de verloste gevangenen. "Kalm aan", hoorde ik zeggen "en naar mij luisteren". De cellen waren bijna leeg en ik kwam ook naar de verhoorzaal, waarin een kast met onze eigendommen stond, die ons bij gevangenname waren afgenomen. Bakker De Wolf riep door die grote ruimte: "Alles er uit?, dan gaan we nu." Ook ik was al onderweg naar de buitendeur, toen ik hulpgeroep hoorde. Wat was dat nou, alles was toch leeg? Ik riep toen ik weer binnen was: "Is daar nog iemand?" "Help, help" klonk het van boven. Nu moest ik echt zoeken naar de sleutel van de eerste verdieping, misschien kwam dat ook wel door de angst. In cel 12 of 13 is weet het echt niet meer precies, zat politieagent de Goede uit St. Johannesga. Omdat hij in uniform was vroeg ik zijn naam. Eigenlijk was ik woedend. Vermoedelijk kwam dat door de angst. Ook hij wou in de verhoorkamer kijken naar zijn eigendommen. "Snel een beetje alstublieft", zei ik. Ondertussen greep ik nog een groot 'Herdermes' uit de kast en deed dat open in mijn zak. Je kon nooit weten ... Toen ik ook bij de uitgang was, zag ik niemand meer van de bevrijde gevangenen. 

Twee al wat oudere mensen zeiden tegen mij: "Ze zijn die kant op, naar de bakker". Achter die twee mannen stond, zoals ze mij zeiden, iemand die er nu maar in moest. Ik greep mijn mes, maar de beide mannen waren verstandiger dan ik en zeiden: "Maak maar gauw dat je wegkomt!" 's Nachts sliep ik heerlijk bij een gezin met een grote zoon, tegenover de woning van bakker De Wolf. Tegen de morgen, het was nog schemerig zagen we van bovenaf twee militairen... die Engels spraken..." 


Gerlof de Wolf

De bevrijding van Crackstate

Bakker Gerlof de Wolf woonde tijdens de oorlog in de Begoniastraat, schuin tegenover de gevangenis van Crackstate. Vanuit zijn huis kon hij de gang van zaken rond de gevangenis goed volgen. Als zeer gelovig mens was hij erg begaan met het lot van de gevangenen. Toen hij op zaterdag 14 april 1945 de SD zag vertrekken besloot hij samen met zijn knecht Hendrik Kooy een poging te doen de gevangenen uit Crackstate te bevrijden.

Links naar rechts: bakker G. de Wolf en knecht Hendrik Kooy. De cellengalerij Crackstate

Direct na de bevrijding schreef hij zijn herinneringen aan deze moedige daad op. Hij eindigde zijn verhaal met het volgende voor hem kenmerkende gedicht. 

 

Geef Gode alleen de eer

Gedenk niet meer aan bakker Wolf

En ook niet aan zijn knecht

Gedenk uw Heiland meer 

 

Hij was het die het deed

Wij waren enkel instrument

Hij gaf ons ook de Vree

Vergeet dat nimmermeer 

 

"Daar ik wist van iemand, een medewerker van de ondergrondse, dat de Canadezen zaterdag zouden komen, werd de angst hoe langer hoe groter, wat zal er gebeuren met de gevangenen, met Crackstate, het telefoongebouw en alles in onze omgeving? De een zei: "Crackstate zal wel in de lucht gaan, net als de bruggen." Een ander sprak weer: "Er zullen wel tijdbommen in liggen." De mensen maakten elkander bang en benauwd. Niettegenstaande hadden we vaak op de loer gelegen met een toneelkijker, die ik bezat, waarmee we de zijkant van Crackstate aardig dichterbij konden halen. De spanning werd groter naarmate het schieten en de ontploffingen van bruggen toenam. En weer stonden we op de loer, totdat op een moment alle Gestapo agenten bericht ontvingen om Crackstate te verlaten. Zo was tenminste mijn veronderstelling. Maar het bleef bij een veronderstelling. Weten deden we niets... Eerst maar eten, tenminste proberen te eten. Het was twee uur, de tijd kroop om. Ongeveer half twee waren ze gegaan, de Gestapo agenten. Van een der hoekcellen der gevangenis was een ruitje stuk, niemand durfde het te wagen daar, op een kleine honderd meter afstand, een enkel gebaar of teken te geven. Eerst maar een van mijn kleine jongens heen sturen. "Zeg maar dat de Canadezen in Oranjewoud zijn, de bevrijding is nooit zoo dicht bij geweest." "Och, blijf nog even bij ons staan praten mijn jongen", sprak één der gevangenen. Ja, het was niet om uit te houden. Weer iemand heen sturen, Hendrik Kooy, mijn bediende. "Zeg Henk, ga jij eens heen, spreek hen maar moed in en zeg maar dat ze vast vandaag komen en dat de bevrijding nabij is." Hendrik kwam ter ore dat er sleutels vooraan in de gang van het voorportaal moesten liggen... Zou het waar zijn? De lont was opgesmeuld, de gevangenis niet de lucht in gevlogen, maar nu de tijdbommen nog die er onder lagen. Lagen die er wel? Die lont was toch ook al opgesmeuld?


Links: Boekje bevrijding van Crackstate. voorpagina van het boekje dat bakker De Wolf kort na de oorlog schreef over de bevrijding van Crackstate. Rechts: Oorkonde De Wolf en Kooy, oorkonde die De Wolf en Kooy kregen uitgereikt als blijk van waardering voor hun moedige optreden op 14 april 1945.

Jij bent toch een Nederlander, kan je nog langer wachten? Het was tussen half drie en drie uur. Het was dé tijd. "Hoor eens Henk, zullen we eens gaan kijken en ze eruit halen, proberen althans?" "Zeg Henk, durf je.. ? "Ja ikke wel", dat was genoeg. Hij was al in het park naast de gevangenis voor ik er was. Ik doe net alsof ik niet tot tien kan tellen, met de handen in de zak, voetje voor voetje. Net als iemand van 65 die zijn ouderdomsrente van het postkantoor moet halen. Eerst nog eens de gevangenen met het kapotte ruitje ondervragen dacht ik. "Zeg hallo, weet je zeker dat er zich niemand in de gevangenis bij de cellen bevind?" Het antwoord luidde: "Ja, hier bij de cellen is niks meer, maar wat daar voor is weten we natuurlijk niet. Haal ons er maar gauw uit..... Ik liep kalm verder naar de buurt van de schuilkelder, die zich scheef tegenover de gevangenis bevond, waar ook Henkie stond. Ineens schreeuwde hij: "Baas, baas een moffe auto met machinegeweren er op in de K.R. Poststraat, die kan hierheen komen, vlug achter de schuilkelder." "Er in", schreeuwde ik, maar ik kon de ingang zo vlug niet ontdekken en bleef toen maar staan waar ik stond. Het had de hele dag aangereden met die moffe auto's bij Crackstate, dus ook deze kon hier heen komen. Even wachten, nu maar even kijken waar hij dan wél was heengegaan. Blijkbaar de Fok op. Nu de drieste schoenen maar aan ... Schoorvoetend, met Henk op een afstand, liep ik tweemaal heen en terug voor het gebouw. Of er komt iemand naar voren lopen, of er wordt geschoten, dacht ik. Niets gebeurde er, het bleef stil en er was niets meer te zien. Dan maar verder kalm om het gebouw heen, waar zich het kantongerecht, de Raad van Arbeid enz. in bevinden. Daar stonden nog twee rijwielen, aan iedere kant van de gevangenisdeuren één. Laten die moffen wel ooit iets staan, dit is gevaarlijk... het was alsof die fietsen tot mij spraken: "Denk er om jong, onze berijders kunnen hier zitten om op het laatste ogenblik, de eerste de beste die het gebouw betreedt, neer te schieten, maar ook om met de gevangenen te doen wat zij willen." Maar doorzetten moesten wij, niets kon ons meer weerhouden ... 

Daar stonden we voor het hol van de leeuw. Nu nog dat elektrische apparaat dat aan de deur met een batterij was bevestigd of dat dynamiet bij de sleutels. Heel, heel voorzichtig de deur openen. Niets gebeurde. Ja, daar lagen de sleutels, zoo men verteld had, in een handdoek met een punt over de sleutels heen geslagen. Ik pakte de punt van de handdoek heel voorzichtig beet... ieder ogenblik konden we de lucht in gaan. "Zie jij iets Henk, goed kijken jong, zie je niks?" Ik raapte de verschillende ringen met sleutels en twee grote vanonder de doek vandaan. Nog even in de kamers van het voorportaal kijken. Niets meer te zien, we hadden nog steeds geluk. Nu vlug. Ik stak een der grootste sleutels in het sleutelgat en de eerste de beste paste. Twee grote dichte deuren gingen voor ons open en daar stonden we even verder voor een ijzeren hekdeur. Ik stak de andere grote sleutel daarin. We konden de gevangenen horen spreken. Even luisteren...

Daar sprong Henk weer terug naar de voordeur. "Baas ik hoor Duits spreken, ik doe het niet, ik ga terug." En ik ook terug, wat achteraf goed was, want toen kwam ik op het idee om de voordeur van binnen op slot te draaien. De Duitsers kwamen niet van boven. Neen, hij zat achter de tralies, althans iemand met een Duitse tongval. We moesten verder, we waren nu eenmaal zover. We hadden onszelf opgesloten in de gevangenis. Ze zullen er uit, ze moeten er uit. Henk kreeg weer moed en we gingen terug naar de ijzeren deur. Ik draaide de sleutel om ... neen de deur ging niet open. Ik haalde de hendel naar beneden en daar ging hij. Nu zoo vlug mogelijk handelen. Eerst naar boven. Wij holden de ijzeren trappen op naar de verste cel, waar de mannen zaten met de kapotte ruit. "Daar komen ze aan, daar komen ze aan". hoorden we de gevangenen uitroepen, die een stok tusschen de deur hadden en ons zoodoende konden zien aankomen. We pakten een willekeurige sleutel en zonder dat we het wisten, had God het zoo beschikt, dat ook deze de bestemde sleutel was van de cel die we open maakten. En...een handgeklap ...handgevuist...schouderklop... ja zelfs omhelzingen. Maar er moest vlug gehandeld worden. Een der eerst losgemaakten (Jan Tuut, red.) wist dat de sleutels genummerd waren. Ik overhandigde ze vlug aan hem en daar ontstond een oorverdoovend geluid. De ergste 'terroristen', die elk oogenblik de dood voor oogen hadden gehad, konden hun geduld niet meer bewaren en vlogen bij de deuren op en trapten tegen de deuren, zoodat die van een der cellen royaal was uitgetrapt. Hij probeerde hen te kalmeeren en zei: "Hoor eens vrienden, als je zo doorgaat, dan speel je met ons leven. We hebben dit gedaan, maar nu moet je ook je verstand gebruiken. Jullie komen er allemaal uit. Niemand blijft achter, maar wees alstublieft kalm! Het is nog lang niet zonder gevaar, we zitten nog midden in het vuur. Ik ga naar beneden en blijf bij de voordeur staan, totdat jullie allemaal los zijn. Allemaal of geen één." Ik snelde bij de ijzeren trappen neer en vloog naar de voordeur, waar ik de sleutels krampachtig vasthield, bang dat het ongeordend toe zou gaan. Ze hadden me nu werkelijk bang gemaakt met al dat lawaai. Waren we vijf minuten later geweest, zoo vertelde men mij later, dan waren we allen tezamen verloren geweest. Gelukkig dat we dat niet wisten. Gelukkig ook dat we niet wisten dat ze bij mij thuis doodsangsten uitstonden en dat twee van mijn kinderen bij de muur opvlogen en één in de kelder wou springen en het uitraasde: "Ze hebben mijn vader, de Duitsers hebben mijn vader." De buren stonden buiten en op de Paul Krügerkade voor de ramen en de deuren, krampachtig van spanning te wachten op de afloop. De cellen stroomden leeg en de Hollandsch glorie boeven liepen als hazen naar beneden en de koelbloedigsten zochten nog hun papieren en eigendommen bijeen, maar vele anderen niet. De eersten hadden iets tijd, de laatsten niet. "Allen er uit", riep ik. "Zijn jullie zeker dat er niemand is vergeten?" "Neen, alles is leeg", was het antwoord. "Nog even luisteren". sprak ik. "Denk nou niet dat jullie naar huis kunnen gaan, dat is niet vertrouwd. We zitten nog midden in de vijanden en de Canadezen komen van Oranjewoud en van Luinjeberd en van Oldeboorn, dus vuur van alle kanten. Volg mij allemaal maar, of als je eerder hier in de buurt plaats kunt krijgen, maar zie uit je ogen." Henk ging eerst even kijken of er ook onraad in de buurt was. Binnen enkele ogenblikken was hij terug. Alles veilig! En daar ging ie, allen achter ons aan, hoeveel weet ik niet precies. Voor kennismaking was geen tijd, tenminste niet met een goeie zestig man, zo men later zei. Dat kwam later wel. Het was nu voorwaarts, weg uit het boze hol, dwars door het park naar huis gehold. Toen we thuis waren had ik nog een kleine twintig man bij me. Bij allen in de omgeving van de gevangenis werden ze met open armen ontvangen en in veiligheid gebracht. Ook bij mij in de omgeving, zodat ik tenslotte maar twee man over had. Het toppunt van dankbaarheid was bij ons allen aanwezig. En vooral zondagmorgen toen we, zodra het licht was, de plaats ingingen en hoorden dat we vrij waren, verlost van de Duitse tirannie. die ons niets meer konden maken. Een pak was van ons hart gevallen en we waren overstelpt van dankbaarheid. Dat we nog lang en gelukkig in een nieuw herrezen Nederland in ware harmonie en vrede mogen leven voor God en Vaderland."